donderdag 22 oktober
Jehovah, wat is de mens dat u hem zou opmerken? — Ps. 144:3.
De Bijbel laat zien dat Jehovah mensen opmerkt die voor anderen onbelangrijk lijken. Zo stuurde Jehovah Samuël naar Isaï toe om een van zijn zonen tot toekomstige koning van Israël te zalven. Isaï stelde zeven van zijn acht zonen aan Samuël voor. David, de jongste, riep hij er niet bij. Maar dat was degene die Jehovah uitkoos (1 Sam. 16:6, 7, 10-12). Jehovah zag wie David vanbinnen echt was: een jonge man die waardering had voor geestelijke dingen. Denk er eens over na hoe Jehovah al heeft aangetoond dat hij je ziet. Hij geeft je raad op maat — afgestemd op jouw behoeften (Ps. 32:8). Dat kan hij alleen maar omdat hij je goed kent (Ps. 139:1). Je kunt ervan overtuigd raken dat hij in jou geïnteresseerd is als je zijn adviezen toepast en ziet dat het werkt (1 Kron. 28:9; Hand. 17:26, 27). Jehovah ziet hoeveel moeite je doet. Hij ziet welke mooie eigenschappen je vanbinnen hebt en wil graag je vriend zijn (Jer. 17:10). w24.10 25-26 ¶7-9
vrijdag 23 oktober
Hij kreeg medelijden met ze, omdat ze als schapen zonder herder waren. — Mark. 6:34.
Ongetwijfeld houd je van Jehovah en wil je anderen dienen. Hoe kun je de motivatie krijgen om te dienen? Denk erover na hoeveel vreugde het geeft dingen voor je broeders en zusters te doen. Jezus zei: ‘Geven maakt gelukkiger dan ontvangen’ (Hand. 20:35). Hij leefde volgens dat principe. Het maakte hem echt gelukkig anderen te dienen. Een voorbeeld. Op een keer waren Jezus en zijn apostelen moe. Ze waren op weg naar een afgelegen plek om wat uit te rusten. Maar veel mensen liepen naar de plek toe en waren er nog eerder dan zij. Ze hoopten dat Jezus ze iets zou leren. Hij had nee kunnen zeggen omdat hij en zijn apostelen ‘niet eens de kans hadden om te eten’. Of hij had de mensen kunnen wegsturen nadat hij ze één of twee dingen had verteld. Maar omdat hij door liefde werd gemotiveerd, begon hij ‘hun veel dingen te leren’. Hij ging zelfs door tot het ‘laat was geworden’ (Mark. 6:31-35). w24.11 16 ¶9-10
zaterdag 24 oktober
Jullie inspanning zal worden beloond. — 2 Kron. 15:7.
Help je kind mogelijkheden aan te grijpen om anderen over de waarheid uit de Bijbel te vertellen (Rom. 10:10). Je kunt praten over zijn geloof vergelijken met het leren spelen van een muziekinstrument. In het begin oefen je liedjes die makkelijk te spelen zijn. Na verloop van tijd wordt het makkelijker muziek te maken. Je kunt hetzelfde doen als je anderen over je geloof vertelt. Begin met iets simpels. Als een jongere met een klasgenoot praat, kan hij bijvoorbeeld vragen: ‘Wist je dat wetenschappers vaak ontwerpen uit de natuur kopiëren? Ik zal je een leuk filmpje laten zien.’ Na het bekijken van een video uit de rubriek Is het ontworpen? zou hij kunnen vragen: ‘Als wetenschappers erkenning krijgen voor ontwerpen die al in de natuur bestaan, wie krijgt dan erkenning voor het origineel?’ Met die eenvoudige aanpak kun je iemand al nieuwsgierig maken zodat hij meer wil weten. w24.12 19 ¶17-18