maandag 28 september
Verwijder wie kwaad doet uit jullie midden. — 1 Kor. 5:13.
Een kwaaddoener wordt uit de gemeente verwijderd als hij niet goed reageert op de herhaalde pogingen van de ouderlingen om hem tot berouw te brengen (2 Kon. 17:12-15). Uit zijn daden blijkt dat hij ervoor heeft gekozen zich niet aan Jehovah’s normen te houden (Deut. 30:19, 20). Er wordt een mededeling gedaan om de gemeente te laten weten dat hij niet langer een van Jehovah’s Getuigen is. De mededeling wordt niet gedaan om de kwaaddoener te vernederen maar zodat de gemeente het Bijbelse gebod kan opvolgen ‘niet meer om te gaan’ en ‘zelfs niet te eten’ met zo iemand (1 Kor. 5:9-11). Die instructie is niet voor niets gegeven. Paulus schreef dat ‘door een beetje zuurdesem het hele deeg gaat gisten’ (1 Kor. 5:6). Berouwloze kwaaddoeners kunnen anderen ontmoedigen die wél proberen naar Jehovah’s rechtvaardige normen te leven (Spr. 13:20; 1 Kor. 15:33). w24.08 35:3-4
dinsdag 29 september
Voor alles ben ik sterk genoeg dankzij hem die mij kracht geeft. — Fil. 4:13.
Je kunt anderen niet letterlijk kracht of energie geven. Maar je kunt wel je kracht gebruiken om anderen te helpen. Je kunt bijvoorbeeld boodschappen of klusjes doen voor oudere of zieke broeders en zusters. Of je kunt helpen bij de schoonmaak en het onderhoud van de Koninkrijkszaal. Ook woorden hebben kracht. Je kunt anderen dus sterken met wat je zegt. Ken je iemand die wel wat aanmoediging of oprechte complimenten kan gebruiken? Of iemand die troost nodig heeft? Laat hem weten dat je om hem geeft. Je kunt hem bezoeken, bellen of een kaartje, e-mail of berichtje sturen. Maak je niet te druk om wat je precies gaat zeggen. Een paar eenvoudige woorden uit je hart zijn misschien net wat je broeder of zuster nodig heeft om weer een dag trouw te blijven of om positiever te zijn over zijn situatie (Spr. 12:25; Ef. 4:29). w24.09 39:8-10
woensdag 30 september
Als iemand opziener wil worden, streeft hij naar een goed werk. — 1 Tim. 3:1.
Als je al een tijdje dienaar bent, heb je waarschijnlijk hard gewerkt aan de eigenschappen die je moet hebben om ouderling te worden. Kun jij streven naar dat ‘goede werk’? Wat houdt het werk van een ouderling in? Hij neemt de leiding in de prediking, werkt hard als herder en leraar en bouwt de gemeente op door wat hij zegt en doet. De Bijbel noemt hardwerkende ouderlingen niet voor niets ‘gaven in mensen’ (Ef. 4:8). Wat moet je doen om ouderling te worden? Het is niet hetzelfde als solliciteren naar een baan of functie. Daarvoor heb je vaak alleen de skills nodig waar een werkgever naar zoekt. Maar om ouderling te worden heb je meer nodig dan skills in de prediking en als onderwijzer. Je moet voldoen aan de Bijbelse vereisten voor ouderlingen in 1 Timotheüs 3:1-7 en Titus 1:5-9. w24.11 47:1-3