Maleachi
4* „Want ziet! de dag komt die brandt als de oven,+ en alle overmoedigen en al degenen die goddeloosheid bedrijven, moeten als stoppels worden.+ En de dag die komt, zal hen stellig verslinden,” heeft Jehovah der legerscharen gezegd, „zodat die hun wortel noch tak zal overlaten.+ 2 En voor U die mijn naam vreest, zal stellig de zon der rechtvaardigheid gaan schijnen,+ met genezing in haar vleugelen;+ en GIJ zult werkelijk uitgaan en de grond omwoelen als mestkalveren.”+
3 „En gijlieden zult stellig [de] goddelozen vertreden, want zij zullen als stof onder UW voetzolen worden op de dag waarop ik handelend optreed”,+ heeft Jehovah der legerscharen gezegd.
4 „Gedenkt de wet van mijn knecht Mo̱zes, waarmee ik hem in Ho̱reb betreffende geheel I̱sraël geboden heb gegeven, ja, voorschriften en rechterlijke beslissingen.*+
5 Ziet! Ik zend ulieden de profeet Eli̱a*+ vóór de komst van de grote en vrees inboezemende dag van Jehovah.+ 6 En hij moet het hart van vaders tot zonen terugbrengen, en het hart van zonen tot vaders; opdat ik niet kom en de aarde* werkelijk sla door [haar] aan de vernietiging prijs te geven.”*+
(Einde van de vertaling der Hebreeuws-Aramese Geschriften, gevolgd door die der christelijke Griekse Geschriften.)