20 Toen deed Ja̱kob een gelofte+ en zei: „Indien God met mij zal blijven en mij stellig zal behoeden op deze weg die ik ga, en mij stellig brood zal geven om te eten en kleren om te dragen,+
42 Indien de God van mijn vader,+ de God van A̱braham en de Geduchte van I̱saäk,+ niet werkelijk aan mijn zijde was geweest, zoudt gij mij nu met lege handen hebben weggezonden. Mijn ellende en de moeizame arbeid van mijn handen heeft God gezien, en daarom heeft hij u vannacht terechtgewezen.”*+
2 Ingeval gij door de wateren zoudt trekken,+ zal ik stellig met u zijn,+ en door de rivieren, ze zullen u niet overstromen.+ Ingeval gij door het vuur zoudt gaan, zult gij niet verzengd worden, noch zal de vlam zelf u verschroeien.+