47 A̱sdod,+ zijn onderhorige plaatsen en zijn nederzettingen; Ga̱za,+ zijn onderhorige plaatsen en zijn nederzettingen, tot aan het stroomdal van [de beek van] Egy̱pte, en de Grote Zee* en het aangrenzende gebied.+
26 Maar Jehovah’s* engel+ sprak tot Fili̱ppus en zei: „Sta op en ga naar het zuiden, naar de weg die van Jeru̱zalem naar Ga̱za afdaalt.” (Dit is een woestijnweg.)