19 De grens dan van de Kanaäniet strekte zich uit van Si̱don tot aan Ge̱rar,+ nabij Ga̱za,+ tot aan So̱dom en Gomo̱rra+ en A̱dma+ en Ze̱boïm,+ nabij La̱sa.*
6 en hij de steden So̱dom en Gomo̱rra, door ze in de as te leggen, heeft veroordeeld,+ waardoor hij ze voor goddelozen* tot een voorbeeld gesteld heeft van komende dingen;+