4 Ziet! Alle zielen* — mij behoren ze toe.+ Zoals de ziel+ van de vader zo eveneens de ziel van de zoon — mij behoren ze toe.+ De ziel die zondigt,+ díé zal sterven.*+
20 die eens ongehoorzaam waren geweest,+ toen het geduld van God+ wachtte in de dagen van No̱ach, terwijl de ark werd gebouwd,+ waarin weinigen, namelijk acht zielen, veilig door het water heen werden gevoerd.+