18 „Gij moet een bekken* van koper maken met een onderstel van koper, voor het wassen,+ en gij moet het plaatsen tussen de tent der samenkomst en het altaar, en er water in doen.+
22 zo laten wij met een waarachtig hart naderen, in de volle verzekerdheid van het geloof, nu ons hart door besprenkeling gezuiverd is van een boos geweten+ en ons lichaam gebaad is met rein water.+