7 Ze heeft mijn wijnstok tot een voorwerp van ontzetting gemaakt+ en mijn vijgenboom tot een stomp.+ Ze heeft hem beslist ontschorst en weggeworpen.+ De ranken ervan zijn wit geworden.
3 Vóór hen heeft een vuur verslonden,+ en achter hen verteert een vlam.+ Gelijk de tuin van E̱den* is het land vóór hen;+ maar achter hen is een verlaten wildernis, en er is ook gebleken dat niets ervan ontkomt.