6Jehovah dan zei tot Mo̱zes: „Nu zult gij zien wat ik Farao zal aandoen,+ want vanwege een sterke hand zal hij hen heenzenden en vanwege een sterke hand zal hij hen uit zijn land verdrijven.”+
4 En Farao zal niet naar ulieden luisteren;+ en ik zal mijn hand op Egy̱pte moeten leggen en mijn legers,+ mijn volk,+ de zonen van I̱sraël,+ met zware strafgerichten+ uit het land Egy̱pte moeten leiden.