6Jehovah dan zei tot Mo̱zes: „Nu zult gij zien wat ik Farao zal aandoen,+ want vanwege een sterke hand zal hij hen heenzenden en vanwege een sterke hand zal hij hen uit zijn land verdrijven.”+
5 Ik wens U eraan te herinneren, ofschoon GIJ alle dingen eens voor altijd weet,+ dat Jehovah,* alhoewel hij een volk uit het land Egy̱pte heeft gered,+ naderhand hen die geen geloof toonden, heeft omgebracht.+