25 Niemand zal zich krachtig tegen U staande kunnen houden.+ De angst voor U en de vrees voor U zal Jehovah, UW God, leggen op de oppervlakte van heel het land+ dat GIJ zult betreden, juist zoals hij U beloofd heeft.
9 Vervolgens zei zij tot de mannen: „Voorwaar, ik weet dat Jehovah U stellig het land zal geven,+ en dat de schrik voor U op ons is gevallen,+ en dat alle bewoners van het land versaagd zijn geworden wegens U.+