11 Gijlieden zijt dus naderbij gekomen en aan de voet van de berg gaan staan, en de berg brandde van vuur tot aan het midden van de hemel;* er was duisternis, een wolkgevaarte en dikke donkerheid.+
22 Deze Woorden* heeft Jehovah tot heel UW gemeente gesproken op de berg, midden uit het vuur,+ de wolk en de dikke donkerheid, met luide stem, en hij voegde er niets aan toe; waarna hij ze op twee stenen tafelen schreef en die aan mij gaf.+