33 Wanneer uw volk I̱sraël de nederlaag lijdt voor de vijand,+ omdat zij tegen u zijn blijven zondigen,+ en zij inderdaad tot u terugkeren+ en uw naam prijzen+ en bidden+ en u om gunst verzoeken in dit huis,+
2 En het zaad van I̱sraël zonderde zich voorts van alle buitenlanders*+ af,+ en zij traden toe en deden belijdenis+ van hun eigen zonden+ en de dwalingen van hun vaderen.+
5 wij hebben gezondigd+ en onrecht gedaan en goddeloos gehandeld en zijn weerspannig geweest;+ en er is van uw geboden en van uw rechterlijke beslissingen afgeweken.+