25 Indien gij geld leent aan mijn volk, aan de ellendige in uw nabijheid,+ moogt gij niet als een woekeraar worden jegens hem. GIJ moogt hem geen rente opleggen.+
8 niets placht hij te geven tegen rente+ en geen woeker placht hij te nemen;+ van onrecht trok hij zijn hand steeds terug;+ ware gerechtigheid placht hij te oefenen tussen man en man;+
12 Steekpenningen hebben zij in u genomen om bloed te vergieten.+ Rente+ en woeker hebt gij genomen,+ en door afzetterij blijft gij op gewelddadige wijze gewin maken+ ten koste van uw metgezellen,+ en mij zijt gij vergeten’,+ is de uitspraak van de Soevereine Heer Jehovah.