37 Ingeval er hongersnood+ komt in het land, ingeval er pestilentie+ komt, ingeval er [koren]brand, meeldauw,+ sprinkhanen,+ kakkerlakken+ komen; ingeval hun vijand hen belegert in het land van hun poorten* — enigerlei plaag, enigerlei kwaal —
28 Ingeval er hongersnood+ komt in het land, ingeval er pestilentie+ komt, ingeval er [koren]brand+ en meeldauw,+ sprinkhanen+ en kakkerlakken+ komen; ingeval hun vijanden+ hen belegeren in het land van hun poorten*+ — enigerlei plaag en enigerlei kwaal+ —
3 Vóór hen heeft een vuur verslonden,+ en achter hen verteert een vlam.+ Gelijk de tuin van E̱den* is het land vóór hen;+ maar achter hen is een verlaten wildernis, en er is ook gebleken dat niets ervan ontkomt.
25 En ik wil U de jaren vergoeden die de sprinkhaan, de kruipende, ongevleugelde sprinkhaan en de kakkerlak en de rups hebben opgegeten, mijn grote krijgsmacht die ik onder U heb gezonden.+