16 Ja, die man moet worden als steden die Jehovah ondersteboven heeft gekeerd zonder dat Hij spijt heeft gevoeld.+ En hij moet een geschreeuw horen in de morgen en een alarmsignaal ten tijde van de middag.+
11 ’Ik heb een omkering onder ulieden teweeggebracht, als Gods* omkering van So̱dom en Gomo̱rra.+ En GIJ werdt toen als een uit [de] brand gerukt houtblok;+ maar GIJ zijt niet tot mij teruggekeerd’,+ is de uitspraak van Jehovah.