6 Nu ging Jehovah aan zijn aangezicht voorbij en riep: „Jehovah, Jehovah, een God* barmhartig+ en goedgunstig,+ langzaam tot toorn+ en overvloedig in liefderijke goedheid*+ en waarheid,*+
2 En GIJ zijt heden zeer goed op de hoogte (want [ik richt mij] niet tot UW zonen, die het strenge onderricht van Jehovah,+UW God, zijn grootheid,+ zijn sterke hand+ en zijn uitgestrekte arm+ niet gekend en niet gezien hebben,
18 Degene die jegens duizenden liefderijke goedheid betracht+ en de dwaling van de vaderen vergeldt in de boezem van hun zonen na hen,+ de [ware] God,* de grote,+ de sterke [God],*+ wiens naam Jehovah der legerscharen+ is,+