24 Gij moogt u voor hun goden niet buigen, noch u ertoe laten bewegen ze te dienen, en gij moogt niets maken gelijk hun werken,+ maar gij zult ze zonder mankeren omverhalen en gij zult zonder mankeren hun heilige zuilen aan stukken breken.+
18 Maar zo niet, het worde u bekend, o koning, dat wij úw goden* niet dienen, en het gouden beeld dat gij hebt opgericht, zullen wij stellig niet aanbidden.”+