19 Toen zei Jo̱zua tot het volk: „GIJ zijt niet in staat Jehovah te dienen, want hij is een heilige God;*+ hij is een God* die exclusieve toewijding eist.+ Hij zal UW opstandigheid en UW zonden niet vergeven.+
2 Jehovah is een God* die exclusieve toewijding eist+ en wraak neemt; Jehovah neemt wraak+ en is tot woede geneigd.*+ Jehovah neemt wraak op zijn tegenstanders,+ en hij toont zich gebelgd jegens zijn vijanden.+
10 Toen zei Jezus tot hem: „Ga weg, Sa̱tan! Want er staat geschreven: ’Jehovah,* uw God, moet gij aanbidden+ en voor hem alleen+ heilige dienst verrichten.’”*+