16 doch iemand van U tot hen zegt: „Gaat heen in vrede, houdt U warm en goed gevoed”, maar GIJ geeft hun niet wat zij voor [hun] lichaam nodig hebben, wat heeft dat voor nut?+
17 Als iemand echter de middelen van deze wereld voor de instandhouding van het leven bezit+ en zijn broeder gebrek ziet lijden+ en toch de deur van zijn [gevoelens van] teder mededogen voor hem sluit,+ in welk opzicht blijft de liefde Gods dan in hem?+