Watchtower ONLINE LIBRARY
Watchtower
ONLINE LIBRARY
Nederlands
  • BIJBEL
  • PUBLICATIES
  • VERGADERINGEN
  • Leviticus 18:21
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
    • 21 En gij moogt niet toelaten dat iemand van uw nageslacht aan Mo̱lech+ wordt gewijd.*+ Gij moogt de naam van uw God niet op die manier ontheiligen.+ Ik ben Jehovah.+

  • Deuteronomium 12:31
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
    • 31 Zo moogt gij niet doen ten aanzien van Jehovah, uw God,+ want al wat Jehovah verfoeilijk is, wat hij werkelijk haat, hebben zij voor hun goden gedaan, want zelfs hun zonen en hun dochters verbranden zij geregeld voor hun goden in het vuur.*+ 

  • 2 Koningen 16:3
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
    • 3 En hij ging de weg bewandelen van de koningen van I̱sraël,+ en hij liet zelfs zijn eigen zoon door het vuur gaan,+ overeenkomstig de verfoeilijkheden+ van de natiën die Jehovah wegens de zonen van I̱sraël verdreven had. 

  • 2 Kronieken 28:3
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
    • 3 En hijzelf bracht offerrook+ in het dal van de zoon van Hi̱nnom*+ en verbrandde voorts zijn zonen*+ in het vuur, overeenkomstig de verfoeilijkheden+ van de natiën die Jehovah van voor het aangezicht van de zonen van I̱sraël verdreven had.+ 

  • Psalm 106:37
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
    • 37 En zij plachten hun zonen

      En hun dochters aan demonen* te offeren.+

  • Jeremia 19:5
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
    • 5 En zij bouwden de hoge plaatsen van de Ba̱äl om hun zonen in het vuur te verbranden als volledige brandoffers voor de Ba̱äl,+ iets wat ik niet geboden had en waarvan ik niet gesproken had+ en wat in mijn hart niet was opgekomen.”’+

  • Jeremia 32:35
    Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen
    • 35 Voorts bouwden zij de hoge plaatsen van Ba̱äl+ die in het dal van de zoon van Hi̱nnom* zijn,+ om hun zonen en hun dochters voor Mo̱lech+ door [het vuur] te laten gaan,+ iets wat ik hun niet heb geboden,+ noch is het in mijn hart opgekomen dit verfoeilijke te doen,+ ten einde Ju̱da te doen zondigen.’+

Nederlandse publicaties (1950-2026)
Afmelden
Inloggen
  • Nederlands
  • Delen
  • Instellingen
  • Copyright © 2026 Watch Tower Bible and Tract Society of Pennsylvania
  • Gebruiksvoorwaarden
  • Privacybeleid
  • Privacyinstellingen
  • JW.ORG
  • Inloggen
Delen