29 De Amalekieten+ wonen in het land van de Ne̱geb,+ en de Hethieten en de Jebusieten+ en de Amorieten+ wonen in het bergland, en de Kanaänieten+ wonen langs de zee en langs de oever van de Jorda̱a̱n.”
3 de Kanaänieten+ in het oosten en het westen, en de Amorieten+ en de Hethieten+ en de Ferezieten+ en de Jebusieten+ in het bergland en de Hevieten+ aan de voet van de He̱rmon+ in het land Mi̱zpa.+