Genesis 39:9 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 9 Niemand in dit huis is groter dan ik, en volstrekt niets heeft hij mij onthouden behalve u, omdat gij zijn vrouw zijt.+ Hoe zou ik dan deze grote slechtheid kunnen begaan en in werkelijkheid zondigen tegen God?”+ Psalm 32:5 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 5 Ten slotte beleed ik u mijn zonde, en mijn dwaling bedekte ik niet.+Ik zei: „Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen aan Jehovah.”+En gijzelf hebt de dwaling van mijn zonden vergeven.+ Sela. Psalm 38:3 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 3 Er is geen gave plek aan mijn vlees vanwege uw openlijke veroordeling.+Er is geen vrede in mijn beenderen vanwege mijn zonde.+ Psalm 51:4 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 4 Tegen u, u alleen, heb ik gezondigd,+En wat kwaad is in uw ogen heb ik gedaan,+Opdat gij rechtvaardig moogt blijken te zijn wanneer gij spreekt,+Opdat gij zuiver moogt zijn wanneer gij oordeelt.+ Spreuken 28:13 Nieuwe-Wereldvertaling van de Heilige Schrift — met studieverwijzingen 13 Wie zijn overtredingen bedekt, zal geen succes hebben,+ maar wie [ze] belijdt en laat, zal barmhartigheid worden betoond.+
9 Niemand in dit huis is groter dan ik, en volstrekt niets heeft hij mij onthouden behalve u, omdat gij zijn vrouw zijt.+ Hoe zou ik dan deze grote slechtheid kunnen begaan en in werkelijkheid zondigen tegen God?”+
5 Ten slotte beleed ik u mijn zonde, en mijn dwaling bedekte ik niet.+Ik zei: „Ik zal belijdenis van mijn overtredingen doen aan Jehovah.”+En gijzelf hebt de dwaling van mijn zonden vergeven.+ Sela.
3 Er is geen gave plek aan mijn vlees vanwege uw openlijke veroordeling.+Er is geen vrede in mijn beenderen vanwege mijn zonde.+
4 Tegen u, u alleen, heb ik gezondigd,+En wat kwaad is in uw ogen heb ik gedaan,+Opdat gij rechtvaardig moogt blijken te zijn wanneer gij spreekt,+Opdat gij zuiver moogt zijn wanneer gij oordeelt.+
13 Wie zijn overtredingen bedekt, zal geen succes hebben,+ maar wie [ze] belijdt en laat, zal barmhartigheid worden betoond.+