22 En de driehonderd+ bleven op de hoorns blazen,+ en Jehovah keerde toen in het hele kamp het zwaard van een ieder tegen de ander;+ en het kamp vluchtte voort tot Beth-Si̱tta, dan naar Zere̱ra,* tot aan de buitenrand van A̱bel-Meho̱la+ bij Ta̱bbat.
12 Ba̱äna, de zoon van Ahi̱lud, in Ta̱änach+ en Megi̱ddo+ en heel Beth-Se̱an,+ dat naast Za̱rethan+ onder Ji̱zreël+ ligt, van Beth-Se̱an tot A̱bel-Meho̱la,+ tot aan de streek van Jo̱kmeam;+