39 moet gij ook vanuit de hemel, vanuit uw vaste woonplaats,+ hun gebed en hun verzoeken om gunst horen,+ en gij moet hun recht verschaffen+ en uw volk dat tegen u gezondigd heeft, vergeven.+
15 Kijk vanuit de hemel+ en zie uit uw verheven woning van heiligheid en luister.+ Waar zijn uw ijver+ en de volheid van uw macht, de beroering van uw inwendige delen,+ en uw barmhartigheden?+ Jegens mij hebben ze zich teruggehouden.*+
24 Want Christus is niet binnengegaan in een met handen gemaakte heilige plaats,+ een kopie van de werkelijkheid,*+ maar in de hemel zelf,+ om nu ten behoeve van ons voor de persoon van God te verschijnen.+