2 Twintig jaar oud was A̱chaz toen hij begon te regeren, en hij heeft zestien jaar lang te Jeru̱zalem geregeerd; en hij deed niet wat recht was in de ogen van Jehovah, zijn God, zoals zijn voorvader Da̱vid.+
20 Ten slotte legde A̱chaz zich neer bij zijn voorvaders en werd bij zijn voorvaders begraven in de Stad van Da̱vid;+ en zijn zoon Hizki̱a*+ begon in zijn plaats te regeren.