19 En hij zond steeds maar weer profeten+ onder hen om hen terug te brengen tot Jehovah; en zij bleven getuigenis tegen hen afleggen,* maar zij leenden het oor niet.+
16 Maar zij staken voortdurend de draak+ met de boden van de [ware] God en verachtten zijn woorden+ en dreven de spot+ met zijn profeten, totdat de woede+ van Jehovah zich tegen zijn volk verhief, totdat er geen genezing meer was.+