40 En zij zullen stellig hun eigen dwaling belijden+ en de dwaling van hun vaderen, [begaan] in hun ontrouw, toen zij zich ontrouw jegens mij gedroegen, ja, ook toen zij in verzet tegen mij wandelden.+
11 Nu dan, doet belijdenis+ voor Jehovah, de God van UW voorvaders, en doet zijn welgevallen+ en zondert U van de volken van het land en van de buitenlandse vrouwen af.”+