9 Weest alleen niet weerspannig tegen Jehovah;+ en GIJ, vreest het volk van het land niet,+ want zij zijn brood voor ons. Hun beschutting is van over hen geweken,+ en Jehovah is met ons.+ Vreest hen niet.”+
20Ingeval gij tegen uw vijanden ten strijde trekt en gij werkelijk paarden en strijdwagens ziet,+ een volk talrijker dan gij, moogt gij niet bevreesd voor hen zijn; want Jehovah, uw God, die u uit het land Egy̱pte heeft opgevoerd,+ is met u.+
12 En zie! bij ons staat de [ware] God+ aan de spits met zijn priesters+ en de alarmtrompetten+ om tegen U het strijdalarm te blazen. O zonen van I̱sraël, strijdt niet tegen Jehovah, de God van UW voorvaders,+ want GIJ zult niet succesvol blijken te zijn.”+