13 ’want er zijn twee slechte dingen die mijn volk heeft gedaan: Mij, de bron van levend water,+ hebben zij verlaten,+ om zichzelf regenbakken uit te houwen, gebroken regenbakken, die het water niet kunnen houden.’
28 Want door* hem hebben wij leven en bewegen wij ons en zijn wij,+ zoals ook sommigen* van de dichters+ onder U hebben gezegd: ’Want wij zijn ook zijn nageslacht.’
11 „Gij, Jehovah,* ja onze God, zijt waardig de heerlijkheid+ en de eer+ en de kracht te ontvangen,+ want gij hebt alle dingen geschapen,+ en vanwege uw wil+ bestonden ze en werden ze geschapen.”+