13 En na alles wat ons overkomen is wegens onze slechte daden+ en onze grote schuld — want gijzelf, o onze God, hebt onze dwaling geringer geacht,+ en gij hebt ons ontkomenen geschonken, zoals deze+ —
7 Laat de goddeloze zijn weg verlaten+ en de man van schadelijkheid zijn gedachten;+ en laat hij terugkeren tot Jehovah, die hem barmhartig zal zijn,+ en tot onze God, want hij zal rijkelijk vergeven.+