7 En Jehovah voegde eraan toe: „Ontegenzeglijk heb ik de ellende van mijn volk, dat in Egy̱pte is, gezien, en ik heb hun luide geroep ten gevolge van degenen die hen tot werken aandrijven, gehoord; want ik weet terdege wat voor smarten zij lijden.+
12 Want [de] ogen+ van Jehovah* zijn op de rechtvaardigen en zijn oren tot hun smeking;+ maar [het] aangezicht van Jehovah* is tegen hen die slechte dingen doen”.+