18 Degene die jegens duizenden liefderijke goedheid betracht+ en de dwaling van de vaderen vergeldt in de boezem van hun zonen na hen,+ de [ware] God,* de grote,+ de sterke [God],*+ wiens naam Jehovah der legerscharen+ is,+
14 Ja, over hen heeft ook de zevende [in rechte lijn afstammend] van A̱dam, He̱noch,+ geprofeteerd, toen hij zei: „Zie! Jehovah* is met zijn heilige myriaden* gekomen+