22 „Daarom, zeg tot het huis van I̱sraël: ’Dit heeft de Soevereine Heer Jehovah gezegd: „Niet ter wille van U doe ik [het], o huis van I̱sraël, maar voor mijn heilige naam, die GIJ ontheiligd hebt onder de natiën waar GIJ zijt gekomen.”’+
19 O Jehovah,* hoor toch.+ O Jehovah,* vergeef toch.+ O Jehovah,* schenk toch aandacht en handel.+ Stel niet uit,+ ter wille van uzelf, o mijn God, want uw eigen naam is over uw stad en over uw volk uitgeroepen.”+