16 en zei: „’Waarlijk, ik zweer bij mijzelf,’ is de uitspraak van Jehovah,+ ’dat wegens het feit dat gij deze zaak hebt gedaan en gij [mij] uw zoon, uw enige,+ niet hebt onthouden,
8 ’De Soevereine Heer Jehovah heeft gezworen bij zijn eigen ziel’,+ is de uitspraak van Jehovah, de God der legerscharen: ’„Ik verfoei de trots van Ja̱kob,+ en zijn woontorens heb ik gehaat,+ en ik wil [de] stad en dat wat haar vult, overleveren.+