3 Jehovah, uw God, ook uw gevangenen* moet terugvoeren+ en u barmhartigheid moet betonen+ en u weer moet bijeenbrengen uit alle volken waarheen Jehovah, uw God, u heeft verstrooid.+
12 En het moet geschieden op die dag, dat Jehovah [de vrucht] zal afslaan,+ vanaf de snelvlietende stroom van de Rivier*+ tot het stroomdal van [de beek van] Egy̱pte,+ en zo zult GIJZELF de een na de ander worden bijeengeraapt,+ o zonen van I̱sraël.
31 En hij zal zijn engelen uitzenden met een luid trompetgeschal,+ en zij zullen zijn uitverkorenen bijeenvergaderen+ van de vier windstreken,+ van het ene uiteinde der hemelen tot het andere uiteinde daarvan.