5 Hoort het woord van Jehovah, GIJ die voor zijn woord beeft:+ „UW broeders die U haten,+ die U uitsluiten wegens mijn naam,+ hebben gezegd: ’Moge Jehovah verheerlijkt worden!’+ Hij moet ook met verheuging van UW zijde verschijnen,+ en zij zijn degenen die beschaamd gemaakt zullen worden.”+