13 En het moet geschieden op die dag, dat er op een grote hoorn* geblazen zal worden,+ en degenen die in het land Assy̱rië dreigen om te komen+ en de verdrevenen in het land Egy̱pte+ zullen stellig komen en zich neerbuigen+ voor Jehovah op de heilige berg te Jeru̱zalem.+
8 En daar zal stellig een hoofdweg+ komen, ja, een weg, en de Weg der Heiligheid* zal die worden genoemd.+ De onreine zal er* niet langs trekken.+ En hij zal zijn voor degene die op de weg wandelt, en geen dwazen zullen [erop] ronddolen.*
21 „Richt u* wegtekens op. Plaats u wegwijzers.+ Zet uw hart op de hoofdweg, de weg die gij zult moeten gaan.*+ Keer terug, o maagd van I̱sraël. Keer terug tot deze steden van u.+