3 Jehovah, uw God, ook uw gevangenen* moet terugvoeren+ en u barmhartigheid moet betonen+ en u weer moet bijeenbrengen uit alle volken waarheen Jehovah, uw God, u heeft verstrooid.+
13 Zoals een man* die door zijn eigen moeder voortdurend getroost wordt, zo zal ikzelf ulieden voortdurend troosten;+ en in het geval van Jeru̱zalem zult GIJ getroost worden.+
6„Komt en laten wij toch terugkeren tot Jehovah,+ want hijzelf heeft in stukken gescheurd+ maar hij zal ons genezen.+ Hij bleef slaan, maar hij zal ons verbinden.+