62Ter wille van Si̱on zal ik mij niet stilhouden,+ en ter wille van Jeru̱zalem+ zal ik mij niet rustig houden, totdat haar rechtvaardigheid te voorschijn komt net als de lichtglans,+ en haar redding als een brandende fakkel.+
8 En ik zal hen stellig hierheen brengen, en zij moeten in het midden van Jeru̱zalem verblijven;+ en zij moeten mijn volk worden,+ en ikzelf zal hun God worden* in waarachtigheid en in rechtvaardigheid.’”+