12 De tijd moet komen, de dag moet aanbreken. Wat de koper betreft, laat hij zich niet verheugen;+ en wat de verkoper aangaat, laat hij niet gaan treuren, want er rust brandende toorn op de gehele menigte ervan.
9 En het zal voor het volk net zo moeten worden als voor de priester;+ en ik zal hun stellig rekenschap vragen van hun wegen;+ en hun handelingen zal ik op hen doen terugkomen.+