33 En U zal ik onder de natiën verstrooien,+ en ik wil een zwaard achter U ontbloten;+ en UW land moet een woestenij worden,+ en UW steden zullen een verlaten ruïne worden.
16 en ik wil hen verstrooien onder de natiën die noch zij noch hun vaderen hebben gekend,+ en ik wil hun het zwaard achternazenden, totdat ik hen uitgeroeid zal hebben.’+