12 En hij zal stellig een signaal* opheffen voor de natiën en de verdrevenen van I̱sraël vergaderen;+ en de verstrooiden* van Ju̱da zal hij bijeenbrengen van de vier uiteinden* der aarde.+
18 „In die dagen zullen zij wandelen, het huis van Ju̱da zijde aan zijde met* het huis van I̱sraël,+ en te zamen+ zullen zij komen uit het land van het noorden naar het land dat ik UW* voorvaders als een erfelijke bezitting heb gegeven.+
11 En de zonen van Ju̱da en de zonen van I̱sraël zullen stellig worden bijeengebracht tot een eenheid*+ en zullen werkelijk één hoofd voor zich aanstellen en optrekken uit het land,+ want groot zal de dag van Ji̱zreël*+ zijn.