25 Het is van u niet denkbaar dat gij op deze wijze handelt, om de rechtvaardige met de goddeloze ter dood te brengen, zodat het de rechtvaardige moet vergaan als de goddeloze!+ Het is van u niet denkbaar.+ Zal de Rechter van de gehele aarde geen recht doen?”+
5 Jehovah was rechtvaardig in haar midden;+ hij placht geen onrecht te doen.+ Morgen na morgen bleef hij zijn eigen rechterlijke beslissing geven.+ Bij daglicht bleek ze niet te ontbreken.+ Maar de onrechtvaardige kende geen schaamte.+