23 En ik wil één herder+ over hen verwekken, en hij moet hen weiden,* ja, mijn knecht Da̱vid.+ Hijzelf zal hen weiden en hijzelf zal hun herder worden.+
22 En ik zal hen werkelijk tot één natie in het land maken,+ op de bergen van I̱sraël, en één koning zullen zij allen tot koning krijgen,+ en zij zullen niet langer twee natiën blijven, noch zullen zij nog langer in twee koninkrijken verdeeld zijn.+
11 ’Op die dag zal ik de hut*+ van Da̱vid, die vervallen is,+ oprichten,+ en ik zal stellig hun bressen herstellen. En haar puinhopen zal ik oprichten, en ik zal haar stellig opbouwen als in de dagen van weleer,+
16 ’Ik, Jezus, heb mijn engel gezonden om aan U getuigenis van deze dingen af te leggen voor de gemeenten. Ik ben de wortel+ en de nakomeling+ van Da̱vid, en de heldere morgenster.’”+