8 Bovendien hebt gij niet gehoord,+ noch hebt gij geweten, noch is van die tijd af uw oor geopend geweest. Want ik weet maar al te goed dat gij zonder mankeren trouweloos bleeft handelen,+ en een ’overtreder van de buik af’* zijt gij genoemd.+
20 ’Waarlijk, [zoals] een vrouw* haar metgezel trouweloos heeft verlaten,+ zo hebt GIJ, o huis van I̱sraël, trouweloos gehandeld jegens mij’,+ is de uitspraak van Jehovah.”