28 Hierom zal het land treuren,+ en de hemel boven zal stellig verduisterd worden.+ Het is omdat ik gesproken heb, ik heb overwogen, en ik heb geen spijt gevoeld, noch zal ik erop terugkomen.+
16 Geeft aan Jehovah, UW God,* heerlijkheid,+ voordat hij het donker doet worden+ en voordat UW voeten op de bergen in de schemering tegen elkaar stoten.+ En GIJ zult stellig hopen op het licht+ en hij zal het werkelijk tot diepe schaduw maken;+ hij zal [het] in dikke donkerheid veranderen.+
18 ’Wee degenen die hevig naar de dag van Jehovah verlangen!+ Wat zal de dag van Jehovah dan voor ulieden betekenen?+ Hij zal duisternis zijn en geen licht,+