8 Dit heeft Jehovah gezegd: „Net als de nieuwe wijn+ in de druiventros wordt gevonden en iemand moet zeggen: ’Verderf hem niet,+ want er is een zegen in’,+ zo zal ik doen ter wille van mijn knechten,* om niet iedereen te verderven.+
20 Gij zult [de] aan Ja̱kob [geschonken] waarachtigheid, [de] aan A̱braham [geschonken] liefderijke goedheid geven, die gij vanaf de dagen van weleer onder ede aan onze voorvaders beloofd hebt.+
19 Is er nog zaad in de graankuil?*+ En tot nu toe, de wijnstok en de vijgenboom en de granaatappelboom en de olijfboom — hij heeft niet gedragen, of wel? Van deze dag af zal ik zegen schenken.’”+