14 en de engel die met mij sprak, zei daarop tot mij: „Roep uit en zeg: ’Dit heeft Jehovah der legerscharen gezegd: „Ik ben ten opzichte van Jeru̱zalem en ten opzichte van Si̱on jaloers geweest met grote jaloezie.+
2 „Dit heeft Jehovah der legerscharen+ gezegd: ’Ik wil jaloers zijn ten opzichte van Si̱on met grote jaloezie,+ en met grote woede+ wil ik jaloers zijn ten opzichte van haar.’”